HOOFDSTUK 42 @BRK#Maddie liep bij de doorgang naar de kelder vandaan richting de linkeringang. Ze wist van haar vorige verkenning nog dat die naar de tunnel leidde waarmee ze bij de trap in de zuidelijke toren kwam. Ze was inmiddels gewend aan de omstandigheden in de tunnels – hobbelige ondergrond, weinig ruimte voor haar hoofd en vaal licht – en ze schoot dan ook flink op. Haar lantaarn verschafte haar precies genoeg licht om te kunnen zien waar ze liep. Ze schudde de lamp nog een keer heen en weer om te controleren hoeveel olie er nog in zat. Het bleek meer dan genoeg en dus liep ze weer verder. ‘Zonder licht lijkt me hier niet erg prettig,’ mompelde ze. Voor de zekerheid draaide ze de lont een klein stukje naar beneden, zodat ze wat minder olie verbruikte. De tunnel liep redelijk recht, met maar weinig slingeringen, en ze voelde dan ook al snel dat ze omhoogging, naar de voet van de zuidelijke toren – en de houten ladders die daarvandaan omhoog leidden. En uiteindelijk zag ze de ladders voor zich opdoemen. Ze stopte even onder aan de onderste en voelde nog een keer aan de sporten om te zien of ze wel stevig genoeg waren. De ladders liepen niet recht omhoog, maar ze waren wel steil – een graad of zeventig. Elke ladder telde vijftien sporten, of eigenlijk waren het treden, want ze bestonden uit stevige planken van zeker twaalf centimeter breed. Boven aan elke ladder moest ze een halve draai maken, waarna ze met haar gezicht de andere kant op weer verder kon. Twee van die ladders brachten haar één verdieping omhoog, dus moest ze achttien ladders beklimmen voordat ze de negende verdieping had bereikt. Ze zuchtte bij het vooruitzicht. Ze was jong en gezond, en ze had geen moeite met klimmen, maar achttien ladders? Gelukkig had ze alleen last van haar heup als ze lang achter elkaar stil had gezeten. ‘Daar zal ik dan maar dankbaar voor zijn,’ mompelde ze in zichzelf. Aanvankelijk klom ze gestaag door, zonder zich te haasten, en voelde ze eerst even aan elke sport of die wel sterk genoeg was. Af en toe kraakte er eentje, of zat er een beetje beweging in, maar ze waren overwegend stevig en in goede staat. Geleidelijk kreeg ze steeds meer vertrouwen in de ladders en begon ze sneller te klimmen. En dat leidde natuurlijk op een haar na tot een ongeluk. Ergens ter hoogte van de vijfde verdieping was een van de treden geteisterd door houtrot, precies op de plek waar de dwarslat in het staande stuk van de ladder vast zat. Toen Maddie haar gewicht erop zette en zich aan de zijkant optrok, brak de tree af. Ze klampte zich wanhopig aan het staande deel vast, terwijl haar voet in de diepte wegschoot. Heel even hing ze daar en dreigde ze haar lantaarn te moeten loslaten, maar ze herstelde snel en trok zichzelf omhoog, voorbij de afgebroken sport, naar de volgende tree. Dit keer testte ze uitvoerig hoe stevig die was voordat ze haar volle gewicht erop zette. Deze volgende hield wel. Door het bijna-ongeluk was ze daarna wel weer voorzichtiger. Ze ging langzamer verder, en ze testte elke trede eerst even. Tien ladders. Elf. Twaalf. Ze telde ze allemaal, zachtjes tegen zichzelf fluisterend. Nog zes ladders te gaan, dacht ze, terwijl ze op een overloopje tussen twee ladders even stopte om haar benen te strekken en haar knieën te bewegen. Ze keek omhoog en zag wat vage lichtstralen op plaatsen waar ventilatie- en observatiegaten in de buitenmuur van de toren zaten. Ze keek naar beneden, maar daar zag ze slechts een donkere leegte waar ze een beetje duizelig van werd. Halverwege de dertiende ladder stopte ze en snoof ze even de lucht op. Er hing hier onmiskenbaar een brandlucht. Het was niet de lucht van brandend hout, stelde ze vast. Het was meer de lucht van olie – bijvoorbeeld van pek. Even dreigde de paniek toe te slaan. Was het Dimon gelukt de toren in brand te steken? Waren haar moeder en haar manschappen al verdreven en opgepakt? Of erger? Er was maar één manier om daarachter te komen, en dat was door verder te klimmen. En dus klauterde ze weer door. Op de volgende ladder hoorde ze een bonkend geluid door het trappenhuis weergalmen. Doordat er een regelmatig ritme in zat leek het wel alsof er hamers op hout sloegen. Iemand is ergens iets aan het timmeren, begreep ze. Dat geluid stelde haar gerust. Als er boven activiteiten gaande zijn, betekende het dat haar moeder nog veilig in de toren zat en dat haar angst toen ze de brandlucht rook voor niets was geweest. Naarmate ze verder omhoog klom werd het getimmer luider. De brandlucht bleef duidelijk waarneembaar, maar ze zag boven geen licht of flikkeringen die erop wezen dat er iets in brand stond. En van de rook zelf was ook geen enkel spoor te bekennen. Wat er ook had gebrand, het vuur was inmiddels gedoofd. Vijftien. Zestien. Het getimmer werd steeds harder. Halverwege de zeventiende ladder stopte ze even en drukte ze haar oor tegen de stenen muur. Het getimmer kwam van daar vlak achter, en ook van dezelfde hoogte. Voor de zoveelste keer vroeg ze zich af wat de bezetters aan het maken waren. Ze klom weer verder tot ze ook de achttiende ladder bestegen had. Ze stond voor een stenen muur. Met haar lantaarn zo hoog mogelijk geheven gunde ze zichzelf even de tijd om op adem te komen en naar de muur te kijken. Ze zag de rechthoekige vorm van de deur en het eenvoudige handvat, halverwege. In het verborgen trappenhuis hoefde ze niet geheimzinnig te doen. Vlak boven ooghoogte zat een klein gaatje, dat ze zo goed kon zien doordat er van de andere kant licht doorheen scheen. Ze ging op haar tenen staan en keek erdoor. Tot haar blijdschap zag ze Cassandra, nog geen vijf meter van haar vandaan, met haar rug naar de geheime deur waar Maddie achter stond. Haar moeder praatte tegen een sergeant met een grijze baard, in het uniform van de kasteelgarde. Zijn arm lag in een mitella en ze zaten om een houten tafel in de grote, goed verlichte zaal die het overgrote deel van de negende verdieping besloeg, Ze stak haar hand uit naar de deurknop. @BRK#Cassandra zat aan de grote tafel op de negende verdieping. Ze nam net een slok koffie toen Merlon binnenkwam. ‘De barricade is bijna klaar, vrouwe,’ zei hij. Hij wees met een hoofdknikje in de richting waar het timmeren vandaan kwam. Cassandra knikte. ‘Mooi. Dan kunnen ze ons in elk geval niet nog een keer proberen uit te roken.’ Om Dimon een wapen uit handen te slaan had ze haar mannen opdracht gegeven tot de bouw van een houten barricade aan de bovenkant van de opening in de trap. De aanvallers konden dan geen rookpotten met brandende pek meer over de opening heen de trap op gooien. Die potten zouden nu van de barricade af de diepte in tuimelen. Ze moesten die houten plaat wel goed nathouden, om te voorkomen dat hij in brand kon worden gestoken. Ze leunde achterover en strekte zich uit. Ze was moe en haar schouders en nek deden pijn van de spanning. ‘Tja, ik denk niet dat we verder…’ Ze stopte, want ze hoorde achter haar een luide klik. Ze draaide zich om om te zien wat daar de oorzaak van was, en ze hoorde een bekende stem. ‘Hoi mam.’ Cassandra gilde het uit, eerst van de schrik en toen van vreugde. Bij de muur, vlak voor een open deur, stond Maddie, in haar Jagersmantel. Merlon keek er stomverbaasd naar maar Cassandra herstelde zich razendsnel van haar schrik, kwam overeind, rende naar haar dochter toe en sloeg haar armen om haar heen. ‘Maddie! O, Maddie! Je leeft! De hemel zij dank!’ Maddie lachte, deels van opluchting, deels van blijdschap, terwijl haar moeder haar bijna fijnkneep. Uiteindelijk wist ze zich enigszins uit de omarming te bevrijden. Niet helemaal, maar wel een klein stukje. Cassandra hield haar bij haar armen vast, en terwijl de tranen over haar wangen rolden zag ze tot haar vreugde dat haar dochter niets mankeerde. ‘Waar kom jij in ’s hemelsnaam vandaan? Waar was je? Is alles goed met je?’ ‘Ja ja, alles is goed, mama. Ik heb een heel netwerk aan tunnels en geheime trappen in en onder het kasteel ontdekt.’ Ze deed een stapje opzij en wees op het donkere gat achter haar. ‘Hierlangs ga je naar de kelder.’ ‘De kelder? Maar wat moest jij in de kelder?’ wilde haar moeder weten. ‘Daar beginnen al die tunnels,’ legde Maddie uit. Maar er bleven nog veel vragen onbeantwoord. ‘Tunnels? Trappen? Geheime gangen? Waar ben jij mee bezig geweest?’ Maddie nam haar moeders beide handen in die van haar om haar een beetje te kalmeren. De schok van het plotselinge weerzien met haar dochter en het besef dat Maddie gezond was na zich al die tijd te hebben afgevraagd waar ze toch was, werden Cassandra even te veel. Ze barstte in snikken uit. Merlon kon zijn ogen niet geloven: een paar minuten geleden was ze nog een zelfverzekerde prinses die leiding aan haar manschappen gaf, nu stond ze vlak naast hem te huilen. Hij stond er een beetje ongemakkelijk bij. Hij wilde wel helpen, maar wist niet hoe. Maddie stelde hem met een korte blik op zijn gemak. ‘Kunt u misschien voor wat koffie zorgen, sergeant?’ Merlon haastte zich op weg en Maddie leidde haar moeder weer naar haar stoel. ‘Ga maar even zitten, mama. Dan vertel ik je het hele verhaal.’ @BRK#Het kostte Maddie, mede door voortdurende onderbrekingen en vragen van Cassandra, een kwartiertje om de gebeurtenissen van de afgelopen dagen te vertellen. Toen ze hoorde dat Arnaut nog in leven was – weliswaar belegerd in een fort ten noorden van de Wezel, maar wel in leven – viel er een enorme last van Cassandra’s schouders. ‘Dimon zei dat hij dood was,’ zei ze met een stem vol venijn. Maddie schudde haar hoofd. ‘Nee, hij leeft. Maar hij kan daar niet goed weg. Hij is omsingeld door een vijand die met meer mensen is en die alles wat hij doet kan zien. Hij kan zijn tegenstander niet verrassen. Ik wilde proberen wat mannen bij elkaar te krijgen om de vijand van achteren te overrompelen, dan kan hij ontsnappen.’ Cassandra dacht er even over na. ‘Dat zou kunnen, ja. Maar waar halen we zoveel man vandaan?’ Maddie had daar al over nagedacht. ‘We zouden het leger kunnen mobiliseren,’ zei ze. In het kasteel was altijd maar een klein garnizoen aanwezig. Het leger bestond verder uit gewapende krijgers, ridders en gewone soldaten die in het dagelijks leven in de dorpen en op de boerderijen werkten, maar waar in geval van nood altijd een beroep op kon worden gedaan. Cassandra zag dat niet zo zitten. ‘Het duurt te lang om ze bijeen te krijgen. En Dimon zou al snel begrijpen wat we aan het doen waren.’ Ze stond op en begon door de kamer te ijsberen. Zo dacht ze graag na. ‘Wij kunnen het hier zo lang als we willen uithouden,’ zei ze. ‘Maar we moeten een manier bedenken om je vader en Gilan uit dat fort te bevrijden. Als zij dan naar het zuiden afzakken en Dimon van achteren aanvallen, kunnen wij vanaf hier aanvallen, zodat Dimon van twee kanten tegelijk wordt gepakt. Zei je dat er een tunnel naar het poortgebouw liep?’ Maddie knikte. ‘Dan kunnen we de brug naar beneden laten zakken en Arnaut en Gilan erin laten.’ Ze bleef driftig heen en weer lopen, intussen verwoed nadenkend. ‘Maar voor een verrassingsaanval op de mannen die Arnaut en Gilan vasthouden heb je manschappen nodig. Goede krijgers, van het soort waar dat geboefte van die Rode Vossen zich een ongeluk van schrikt.’ Ze bleef nog een tijdje in gedachten verzonken, maar ineens klaarde haar gezicht op. Ze keek haar dochter met een brede lach aan. ‘En ik weet precies wie we daarvoor het beste kunnen gebruiken,’ zei ze.