HOOFDSTUK 30 @BRK#De twee daaropvolgende avonden ging Maddie opnieuw naar de abdij, maar zonder resultaat. Ze trof er verder geen enkel spoor van de Clan van de Rode Vos aan, en in het omliggende bos al evenmin. De Vossen vertoonden zich nergens. Ze vroeg zich heel even af of ze haar moeder wellicht van haar vermoedens op de hoogte moest stellen, maar besloot dat toch maar niet te doen. Nog niet, in elk geval. Ze wist niet precies waarom ze het Cassandra nog niet wilde vertellen. Ze dacht er een tijdje over na en begreep toen dat ze niet wilde dat haar moeder haar vragen ging stellen over de manier waarop ze ’s avonds het kasteel verliet zonder dat de wachters daar iets van merkten. Ze zou haar dan over de geheime tunnel moeten vertellen, en dan zou Cassandra die natuurlijk willen zien, en omdat ze nu eenmaal een moeder was zou ze haar dochter vervolgens verbieden er nog gebruik van te maken. En als Cassandra van het bestaan van die tunnel op de hoogte was, zouden anderen er ook gauw van horen, en daar was Maddie nog niet aan toe. Verder moest ze ineens weer vaak terugdenken aan een incident van anderhalf jaar eerder. Ze was er destijds van overtuigd geweest dat ze in het bos rondom Redmont een roversnest had ontdekt. Ze had alarm geslagen en een patrouille van wachters naar de door haar gevonden plek geleid, maar daar bleken de rovers slechts een groepje onschuldige landlopers. Ze wilde zich een herhaling van die beschamende vertoning besparen. Dit keer moest ze heel zeker weten hoe de vork in de steel zat voordat ze er anderen bij betrok. Ze moest ervoor zorgen dat ze precies kon vertellen wat er aan de hand was. De vierde avond wachtte Maddie weer in haar kamer tot de rust over het kasteel was neergedaald. Dat duurde langer dan anders. Om te beginnen had Cassandra haar nog willen spreken nadat ze hun gebruikelijke koffie na de maaltijd op hadden. Daarna was er om onduidelijke redenen nog geruime tijd een boel drukte in het kasteel, waardoor het ook op de trappen lang duurde voordat het rustig werd. Toen het eenmaal zover was daalde ze zachtjes af naar de kelder en volgde ze haar inmiddels gebruikelijke route het kasteel uit. @BRK#Je bent te laat. Bumper wierp het haar op enigszins beschuldigende toon voor de voeten toen ze de open plek waar hij haar opwachtte betrad. ‘Ik was even weggedommeld,’ legde ze uit. ‘Jij hebt makkelijk praten, want jij kunt de hele dag slapen.’ Slaap wordt overschat, antwoordde Bumper. Maddie stelde vast dat hij een heleboel dingen nogal overschat vond. ‘Voor degenen die overdag kunnen slapen wat ze willen wel,’ antwoordde ze. Ze zadelde hem op en klom op zijn rug. Ze had haast, want ze wilde de verloren tijd inlopen. Ze kenden de route nu wel en konden daardoor flink vaart maken. Niet veel later waren ze weer bij de abdij, stapte ze af en liet ze Bumper op zijn inmiddels gebruikelijke plaats tussen de bomen achter. Hij had verder ook geen aanwijzingen meer nodig. Hij wist wat er van hem werd verwacht. Doe voorzichtig. Hij merkte dat ze eraan begon te wennen dat er bij de abdij niks gebeurde. Dat kon tot verslapping van de aandacht leiden. ‘Doe ik,’ antwoordde ze, en ze sloop tussen de bomen door naar de bosrand. Net als vorige keren stopte ze even om te luisteren voordat ze geluidloos naar de ingang liep. Ze had de afgelopen dagen, als ze de abdij afsloot, een blad tussen de deur en de deurpost geklemd. Dat zat er nog steeds, waaruit ze opmaakte dat er tijdens haar afwezigheid niemand door de deur was gegaan. Ze duwde de deur open en glipte naar binnen. Ze had nu geen tijd meer nodig om haar ogen aan het donker te laten wennen. Het interieur van het gebouw was haar inmiddels bekend en ze haastte zich naar de trap die naar de galerij leidde. Net als de vorige keren ging ze voor het eerste bankje op de grond zitten. De dichte houten balustrade zorgde dat ze van beneden niet te zien was. Ze had een vorige keer met haar sax een gaatje in het hout geprikt, en daardoorheen kon ze zien wat er in de kerk gebeurde zonder zelf te worden gezien. Ze liet zich zakken en vond een nogal ongemakkelijk plekje, omdat de leuning van het kerkbankje in haar rug prikte. Ze had gemerkt dat ze door dat ongemak in elk geval wakker bleef, en eventueel urenlang bewegingloos kon blijven zitten. Ze keek even naar de positie van de maan. Die stond een stuk hoger dan de eerste avond en scheen nu heel schuin naar beneden door het kerkraam. Het zou niet lang duren voordat hij over het gebouw heen draaide en door… Onder haar hoorde ze de deur opengaan. Er kwam iemand aan.