HOOFDSTUK 20 @BRK#Een dag later wandelden Maddie en Cassandra over de kasteelmuur en genoten ze van het weidse uitzicht dat die hoge positie bood. Cassandra was blij dat ze even pauze kon nemen van haar administratieve verplichtingen en al het papierwerk. ‘Nou, de beproeving van een diner met de ambassadeur van Iberia heb je doorstaan,’ zei Cassandra. Maddie fronste haar voorhoofd. ‘Ik vond het een zelfingenomen en hooghartig mannetje,’ zei ze uit de grond van haar hart. Haar moeder glimlachte. ‘Wat een taal voor aan het hof,’ zei ze. ‘Hij vond jou geloof ik erg leuk.’ ‘Hij vond zichzelf vooral erg leuk,’ antwoordde Maddie. ‘Maar van al die slijmerige complimentjes over mijn “vrouwelijke schoonheid” kon hij maar geen genoeg krijgen.’ Toen hij eindelijk klaar was met zijn luit – na een stuk of zes in plaats van het beloofde ene liedje – had Don Ansalvo de rest van de avond geprobeerd om bij Maddie in het gevlij te komen. Hij had haar overladen met uitbundige, aanstellerige complimenten, die vooral over zijn waardering voor haar uiterlijk gingen. ‘Tja, hij is diplomaat en hij is Iberiër,’ zei haar moeder. ‘Een oud gezegde luidt: Wie geleerd heeft oprechtheid te veinzen, kan Iberisch diplomaat worden.’ Maddie duwde haar onderlip naar voren en deed alsof ze teleurgesteld was. ‘Bedoel je dat hij het niet meende?’ Cassandra lachte. ‘Ik ben bang van niet. Voor het geval je nog twijfelt, je ogen glinsteren niet als de volle maan vlak boven de horizon,’ zei ze, in een verwijzing naar een van de complimenten die Don Ansalvo haar had gemaakt. ‘Dit is een enorme klap voor me, mama,’ zei Maddie spottend. ‘Maar ik had wel medelijden met Dimon. Hij zat een beetje tussen twee vuren, vond je ook niet?’ ‘Ja, wel een beetje. Hij bood later nog zijn excuses aan, dat hij niet meer jouw kant had gekozen. Maar hij kon eigenlijk niet anders. Jij kunt het wel goed met hem vinden, hè?’ voegde Cassandra er achteloos een vraag aan toe. Maddie knikte. ‘Ja, ik vind hem erg aardig. We kunnen het goed met elkaar vinden.’ ‘Wist je dat hij verre familie van ons is?’ vroeg haar moeder. ‘Dimon?’ Maddie keek haar verbaasd aan. Cassandra knikte. ‘Ja, maar behoorlijk ver, hoor. Hij is een neef in de vijfde of zesde graad, van je grootvaders kant,’ zei ze. ‘Voorbij de derde en vierde graad is het nog lastig bij te houden.’ ‘Dus hij is familie. Geen wonder dat hij zo aardig is,’ zei Maddie. ‘De familieband is niet sterk genoeg om jullie in de weg te staan als je… belangstelling voor hem hebt,’ zei Cassandra, en ze lette scherp op haar dochters reactie. Maddie keek haar met grote ogen aan. ‘Nee, hè. Ik mag hem graag. Hij is goed gezelschap. Maar in romantische zin interesseert hij me echt niet, hoor!’ Cassandra haalde haar schouders op. ‘Ik dacht, ik zeg het maar, voor het geval dat wel zo was.’ Ze had nog niet eerder over haar dochter en vriendschappen met knappe jongemannen nagedacht. En ze wist niet wat ze precies van die nieuwe ervaring moest vinden. Maar Maddie vond het wel mooi geweest en veranderde van gespreksonderwerp. ‘En waar ben jij vandaag zoal mee bezig geweest?’ Cassandra zuchtte en rekte zich even uit. ‘Ik was helemaal vergeten hoeveel papierwerk er bij de aanvaarding van een nieuwe ambassadeur komt kijken,’ vertelde ze. ‘Koning Carlos van Iberia stuurde me een schrijven van twintig bladzijden, waar ik tot in de kleinste details op moest reageren – en dan natuurlijk ook nog in passend bloemrijke taal. Ik had heer Anton hier nog een paar dagen bij me moeten houden, dan had hij het antwoord voor me kunnen schrijven. Het kost mij ontzettend veel tijd.’ ‘Waarom laat je hem niet terugkomen?’ vroeg Maddie. Maar ze wist eigenlijk wel dat haar moeder dat nooit zou doen. ‘Zijn dochter is net aangekomen, met zijn kleindochter,’ antwoordde Cassandra. ‘Hij is blij dat hij een tijdje bij zijn familie kan zijn. En met al die extra mensen heeft hij zijn handen vol aan het opslaan van voldoende eten en brandhout voor als het weer kouder wordt. En jij? Wat ben jij aan het doen?’ Maddie wuifde de vraag met een vaag handgebaar weg. ‘O, ik neus maar wat rond in het kasteel. Ik ben een paar keer naar de boerderij van Warry en Louise geweest om een stukje op Bumper te rijden. Dan trok ik de omgeving door, om te zien of er daar nog interessante dingen gebeurden. Dat heeft Gilan me gevraagd,’ voegde ze er gauw aan toe, voordat haar moeder kon denken dat ze zich bemoeide met dingen die haar niet aangingen. Cassandra knikte. Ze wist van de afspraken met Warry en Louise, ze wist ook dat ze deel van Gilans netwerk uitmaakten, en ze wist ook dat Gilan haar dochter had gevraagd de omgeving tijdens zijn afwezigheid in de gaten te houden. ‘Gilan vertelde me iets over die oude abdij, op de heuvel boven de boerderij,’ zei Cassandra. ‘Ja, mij ook. Blijkbaar hebben ze daar licht zien branden. Of dachten ze dat te hebben gezien. Ik ben er een paar keer langsgegaan, maar er is daar al geruime tijd niemand meer geweest. Als er al iemand was, waren het denk ik reizigers, die onderdak voor de nacht zochten en daarvoor die abdij uitkozen.’ Ze zweeg even en veranderde toen plotseling van onderwerp. ‘Mama, wat weet jij van de zuidelijke toren?’ Kasteel Araluen telde vier torens, één op elk van de hoeken van de gekanteelde muren. En in het midden stond nog een vijfde toren, de donjon. Daarin waren de kantoren, de eetzalen, een aula, de troonzaal en de wooneenheden ondergebracht, met daarnaast ook de gastenverblijven en de onderkomens voor de belangrijkste medewerkers. Ook Cassandra en Arnaut hadden er behalve hun appartement allebei een werkruimte. De donjon was minder hoog dan de vier hoektorens. Er liepen ter hoogte van de vierde verdieping wel stenen boogbruggen van de donjon naar de torens. Het hele bouwwerk zag er daardoor uit alsof de donjon elk ogenblik de lucht in kon worden gekatapulteerd. ‘Je bent hier toch opgegroeid? Dan weet je toch alles?’ antwoordde haar moeder een beetje verbaasd. Maddie schudde haar hoofd. ‘Ik ben daar als kind niet zo vaak geweest,’ zei ze. ‘Maar ik was er vandaag wel, en het ziet er daar zo… verlaten uit. Er zijn op de onderste verdiepingen bijna geen kamers of appartementen. Het lijkt wel alsof die hele toren overbodig is. Misschien dat ik er als kind daarom nooit belangstelling voor had.’ ‘Dat zou kunnen, ja,’ antwoordde Cassandra. ‘Het is eigenlijk wat wij Ons Laatste Toevluchtsoord noemen.’ Dat vond haar dochter een interessante benaming, stelde Cassandra vast toen ze zag hoe Maddie opveerde. De naam klonk avontuurlijk en beloofde actie, en daarmee appelleerde die natuurlijk aan haar dochters belangstelling voor krijgszaken. ‘Dat klinkt wel spannend,’ zei Maddie dan ook. Cassandra legde het uit. ‘Mocht iemand er ooit in slagen de buitenmuur van kasteel Araluen in te nemen, dan trekken we ons terug in de donjon, ons laatste bolwerk. Als de aanvallers die ook veroveren, kunnen degenen die het kasteel verdedigen over de stenen boogbrug naar de zuidelijke toren ontsnappen. Die is het makkelijkst te verdedigen en het geschiktst om een lang beleg te doorstaan.’ ‘Hoe dat zo?’ vroeg Maddie. ‘De bovenste verdiepingen zijn slechts via één enkele wenteltrap te bereiken, en die is goed met een paar man te verdedigen. Een andere manier om boven te komen is er niet.’ Dat is wat ze willen dat je denkt, schoot het Maddie door het hoofd. Maar ze zei niks. Cassandra ging door. ‘Op de bovenste twee verdiepingen liggen voedsel en wapens opgeslagen. En in de toren is ook een groot waterreservoir, waar regenwater kan worden opgevangen. Dat is op de langere termijn misschien nog wel belangrijker dan het eten. Zelfs een hele eenheid kan het daar maanden uithouden.’ Maddie knikte, maar was diep in gedachten verzonken. Cassandra meende in Maddies blik bezorgdheid te zien en probeerde haar dochter gerust te stellen. ‘Niet dat het gauw zover zal komen, hoor. Niemand is ooit over de buitenmuur heen gekomen.’ ‘Nee, natuurlijk niet,’ antwoordde Maddie. Dat verklaart waarom dat de enige toren met een geheime trap is, begreep ze. Als alle andere mogelijkheden waren uitgeput, konden degenen die hun toevlucht in de toren hadden genomen via de geheime trap naar de kelder ontsnappen en dan via de tunnel onder de slotgracht het kasteel verlaten. Cassandra stond op. ‘Ik ben bang dat ik langzamerhand weer aan het werk moet,’ zei ze. Maddie keek haar moeder even aan. ‘Blijf je niet al te lang op?’ Cassandra glimlachte. ‘Dat hoor ik tegen jou te zeggen.’ Ze liep naar de deur van haar werkruimte, maar ineens schoot haar nog iets te binnen en draaide ze zich weer om. ‘Morgen nergens heen gaan, hoor. Ik verwacht mensen aan wie ik je graag wil voorstellen.’ Maddie grijnsde. ‘Zeker weer een of andere glad pratende Iberiër.’ Cassandra schoot ook in de lach. ‘Nee, dit keer niet. De mensen die ik verwacht zijn wat meer rechttoe rechtaan.’ ‘Rechttoe rechtaan?’ reageerde Maddie enthousiast. ‘Mooi, dat klinkt al een stuk beter.’ ‘Ja, je mag ze vast wel. Het zijn Skandiërs.’