HOOFDSTUK 12 @BRK#De dagen verstreken en Maddie kreeg er steeds meer moeite mee zich een beetje te vermaken. Ze was met Dimon op jacht geweest en daar had ze veel plezier aan beleefd. De jonge kapitein had haar als wapen een boog aangeboden, maar dat had ze vriendelijk afgeslagen. Zelfs een kapitein van de kasteelgarde hoefde niet te weten hoe goed ze met pijl-en-boog overweg kon. De meeste dames van haar leeftijd en sociale achtergrond konden wel schieten, maar zij kon het oneindig veel beter dan verwacht mocht worden, en dat zou maar vragen oproepen. Het was essentieel dat ze haar leven als leerling-Jager geheimhield, dus was het maar beter om helemaal niet te laten zien hoe goed ze kon schieten. En omdat ze niet wist hoe goed ze erin was om te doen alsof ze er maar weinig van kon, besloot ze tijdens de jacht alleen haar slinger te gebruiken. Die stond niet bekend als een van de wapens die Jagers graag gebruikten. Dimon kon heel behoorlijk met een pijl-en-boog overweg, maar Maddie zag onmiddellijk dat zij er zelf veel beter mee was. Ze was dan ook blij met haar wapenkeuze. Ze ving met haar slinger twee grote hazen en nadat hij er meer dan een halfuur op had zitten loeren schoot Dimon een jong hert neer. Hun vangst ging naar de kasteelkeuken, waar het vlees in de maaltijden zou worden verwerkt. Maddie was blij dat ze de jacht na hun vangst van die drie dieren beëindigden en dat ze niet alleen voor de lol nog wat langer doorgingen met jagen. Dimon joeg uitsluitend voor de maaltijd, niet om de sport of de prijzen. Dat sprak haar wel aan. Daarnaast genoot ze van zijn vrolijke gezelschap, en al met al hadden ze drie buitengewoon aangename uren samen. Maar bij afwezigheid van Arnaut, Gilan en meer dan de helft van het garnizoen van het kasteel had Dimon maar weinig vrije tijd. Hij had het bevel over de resterende manschappen en hij vatte zijn werk heel serieus op. Maddie vond het jammer dat ze verder maar weinig tijd met elkaar konden doorbrengen, maar dat hij zijn taken zo plichtsgetrouw uitvoerde sprak haar wel enorm aan. Haar moeder had het ook erg druk. De afwezigheid van Arnaut betekende dat veel van de administratie, die haar man gewoonlijk op zich nam, nu op haar neerkwam. Maddie vond het jammer dat er verder geen tijd was voor meer oefengevechten met Dimon en Maikeru, maar ze wist dat haar moeder nog wel ruimte wist te maken voor een paar oefensessies met de zwaardmeester. Ze reed regelmatig naar de boerderij van Warry en Louise, om van daaruit op Bumper de verdere omgeving te verkennen. Warry meldde dat er sinds haar vorige bezoek verder geen licht in de oude abdij meer was gezien. Ze ging zelf ook een keer in de omgeving van het gebouw op onderzoek uit, maar behalve wat koude as, die daar ongetwijfeld door enkele passanten was achtergelaten, vond ze nergens sporen van recente menselijke aanwezigheid. Het was gewoon een feit dat Araluen een veel vrediger leen was dan Redmont. Dat kwam door de relatief grote krijgseenheid in kasteel Araluen, maar ook doordat de verhoudingen in en rondom het kasteel al jarenlang min of meer vastlagen. Redmont lag daarentegen vlak bij de buitengrens van het koninkrijk, niet ver van de Hiberniaanse Zee met al zijn piraten en smokkelaars, en bij de grens met Celtica. In de omgeving van Redmont gebeurde veel meer – er was meer actie en meer activiteit. In zo’n omgeving voltrok zich altijd van alles waar een Jager en zijn leerling druk mee waren. In vergelijking daarmee was het rondom kasteel Araluen nogal saai, zeker voor een avontuurlijke jonge vrouw als Maddie. Daardoor werd ze na verloop van tijd rusteloos en ging ze op zoek naar iets om zich een beetje mee te vermaken. Ze vond het antwoord in een gesprek met haar grootvader, bij wie ze vrijwel dagelijks even op bezoek ging – de ene keer een uurtje, maar als ze merkte dat hij moe was soms slechts enkele minuten. ‘Heb je het kasteel weleens goed verkend?’ vroeg hij haar op een dag nadat ze weer had zitten klagen dat ze zich door haar gedwongen gebrek aan activiteit verveelde. Ze haalde haar schouders op. ‘Ik ben hier opgegroeid, hè,’ hielp ze hem herinneren. ‘Ik geloof dat ik het hele kasteel wel heb gezien.’ Hij glimlachte en tikte met zijn vinger tegen de zijkant van zijn neus. ‘Jawel, maar hoe zit het met dingen die niet gezien moeten worden?’ ‘Die niet gezien moeten worden?’ herhaalde ze zijn woorden. Ze begreep niet wat hij bedoelde. ‘Er gaan geruchten over allerlei geheime plekken binnen deze muren – en soms zelfs ín deze muren.’ ‘Geheime plekken? Bedoelt u tunnels?’ vroeg ze. Hij had meteen haar volledige aandacht. ‘Tunnels, ja. En trappen. Het gerucht doet de ronde dat mijn grootvader een geheime route had om het kasteel uit te komen. Er zou een tunnel onder de slotgracht door gaan.’ Duncan glimlachte. ‘Hij schijnt in het dorp een vriendin te hebben gehad bij wie hij graag af en toe ongemerkt op bezoek ging.’ ‘Zoiets vertelde Gilan me ook al. Waar is die tunnel?’ vroeg Maddie. Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik heb in mijn jonge jaren nooit de tijd genomen om ernaar op zoek te gaan,’ zei hij. ‘Toch denk ik dat het wel nuttig kan zijn om te weten waar hij is. Ik neem aan dat hij ergens in de kelder begint. Maar waar?’ ‘U had het ook over geheime trappen?’ probeerde Maddie hem verder uit te horen. ‘In dit soort oude kastelen zijn vaak geheime doorgangen naar de torens. Dan zit er in de muur bijvoorbeeld een smalle trap. Ik zou niet weten waarom dat in Araluen niet het geval is. Ik zou maar eens op onderzoek uit gaan.’ Hij keek eens goed om zich heen, naar de dikke stenen muren. Maddie stond op en liep de kamer door. Ze stopte af en toe om even op de muur te kloppen, maar ze vond ze teleurstellend degelijk klinken. ‘Hoe zou je dat soort dingen nou kunnen uitzoeken?’ zei ze, half tegen zichzelf. Duncan haalde zijn schouders op, maar ging gauw weer stilliggen toen hij voelde hoeveel pijn elke beweging in zijn gewonde been deed. ‘Je zou in de bibliotheek kunnen beginnen,’ zei hij. ‘Vraag daar maar eens naar oude schetsen en bouwtekeningen van het kasteel. En zoek dan naar ongerijmdheden.’ ‘Zoals?’ Hij wreef even over zijn kin. Ze waren hem vanochtend nog niet komen scheren. ‘Tja, zoek bijvoorbeeld naar kamers die geen logische afmetingen hebben, met kortere muren dan in de ruimtes er vlak onder of boven. Zoek naar afwijkingen in de grootte van de kamers. Dat kan soms op het bestaan van verborgen ruimtes wijzen.’ ‘En in de kelders en de andere ruimtes onder in het kasteel,’ voegde ze eraan toe. Duncan knikte. ‘Ja, daar zou ik beginnen.’ Ze bleef nog een halfuurtje bij hem. Ze spraken over allerlei andere dingen, maar ze was er niet echt meer bij. Ze kon de gedachte aan geheime trappen en tunnels maar niet uit haar hoofd krijgen. Uiteindelijk stond ze op om te gaan. Ze gaf hem een kus op zijn voorhoofd en liep naar de deur. Net toen ze haar hand op de klink legde, had hij nog een laatste opmerking voor haar. ‘Doe vooral de groeten aan meester Uldred,’ zei hij. Ze draaide zich om en keek hem vragend aan. ‘Uldred?’ ‘Ja, de bibliothecaris. Hij is al jaren bij ons. Als er iemand is die weet waar je oude kaarten en bouwtekeningen kunt vinden, is hij het.’ @BRK#De bibliotheek bevond zich op de eerste verdieping van de burchttoren, in een grote, goed geventileerde ruimte op het westen. De zon scheen er door ramen hoog in de muur naar binnen, op de planken vol boeken en kaarten. De kasten waren zo hoog dat de bovenste planken alleen met een trap te bereiken waren. Uldred was een spichtig mannetje met lang, ongekamd grijs haar dat aan de voorkant wel bijgeknipt was maar aan de achterkant tot halverwege zijn rug hing. Hij droeg een soort monnikspij, met een zijden koord als riem en aan de achterkant een puntige capuchon. Maddie realiseerde zich plotseling dat mensen van de wetenschap vaak aan de kleine kant waren. Stevigere en sterkere mannen werden eerder krijger. Bij haar binnenkomst zat Uldred aan een grote tafel op een balkonnetje, waarvandaan hij uitkeek op de vele stellingen vol boeken, mappen en kaarten. Ook naast hem lag, op een keurige stapel, een flink aantal boeken. ‘Hoogheid,’ zei hij en hij glimlachte hartelijk. ‘Wat brengt u naar mijn domein?’ ‘Wilt u me alstublieft gewoon Maddie noemen?’ merkte ze bij wijze van antwoord op. ‘Hoogheid klinkt me veel te formeel.’ Hij knikte. Hij was blij dat ze naar vriendschappelijk en informeel contact zocht. ‘Maddie zal wel lukken, denk ik,’ zei hij. ‘Wat kan ik voor je doen, Maddie?’ ‘De koning zei dat u hier misschien wel de oorspronkelijke bouwtekeningen van het kasteel hebt,’ antwoordde ze. Hij wierp haar een veelbetekenende blik toe. ‘Aha, je bent zeker op zoek naar geheime gangen en tunnels.’ Ze keek hem met een verbaasde blik aan. ‘Ja, maar hoe wist u dat?’ Uldred zuchtte. ‘Daar zoeken de meeste mensen naar die die tekeningen willen bekijken. Tot nu toe heeft nog niemand iets gevonden,’ waarschuwde hij haar. ‘Niet dat veel mensen er erg lang naar hebben gezocht. Ze gaan zich algauw vervelen en bladeren dan veel te snel door de tekeningen heen. Op die manier vinden ze natuurlijk nooit iets.’ ‘Nou, ik was van plan mijn hoofd er goed bij te houden. Mag ik ze eens zien?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Op het ogenblik heb ik het te druk. Maar ik kan je wel aanwijzen waar ze liggen, dan mag je ze zelf zoeken.’ ‘Klinkt goed,’ zei ze. ‘Loop dan maar even mee,’ zei hij. Hij kwam uit zijn stoel overeind en ging haar voor de houten trap af, naar de onderste verdieping van de bibliotheek. Hij bewoog zich verrassend snel en ze moest zich haasten om hem te kunnen bijbenen. Hij ging haar voor naar de oostelijke hoek en bleef daar staan. Hij wees op een reeks planken die vol lagen met dichtgebonden kokers en grote leren boekwerken. ‘Ze zitten er allemaal bij,’ zei hij. ‘Je mag ze niet mee de bibliotheek uit nemen. Maar je hebt hier een tafel en een stoel, zodat je ze in alle rust kunt bestuderen. O, en daar heb je ook een pen, inkt en papier, voor als je aantekeningen wilt maken.’ Ze liep naar de planken en bekeek de vele rollen. Ze wist niet zo goed waar ze moest beginnen. ‘Er zitten etiketten op de planken,’ zei Uldred bij het zien van haar onzekerheid. ‘Ik zou onderaan beginnen.’ Als antwoord knikte ze en keek ze wat beter, zodat ze de etiketten op de planken kon lezen. Ze stak haar hand ernaar uit. ‘Kelder, niveau 1,’ las ze hardop. ‘Daar kan ik wel mee beginnen.’ ‘Lijkt me ook,’ antwoordde Uldred. Hij draaide zich om. ‘Als je me nodig hebt, ik zit aan mijn bureau. O, en je legt alles weer netjes terug waar je het vandaan hebt, hè?’ voegde hij er op het laatste moment nog aan toe. Maddie knikte en pakte de zware rol tekeningen van de plank. Ze blies er eerst een laagje stof af. Hier had blijkbaar al heel lang niemand naar gekeken. Ze liep naar het tafeltje dat hij haar had toegewezen, maakte het lint om de koker los en rolde de kaarten uit. Er stonden een stuk of zes blokjes lood op de tafel en ze zette vier daarvan op de hoeken van de uitgerolde tekening. Daarna begon ze de tekening te bestuderen. Ze ging onmiddellijk zo in haar onderzoek op dat ze niet eens meer hoorde hoe Uldred tussen de boekenkasten door naar zijn uitkijkpost terugkeerde. Hoezeer ze zich ook in de tekening verdiepte, ze begreep aanvankelijk niet goed waar ze naar keek. Ze ging even zitten om daarover na te denken. ‘Ik denk dat ik me om te beginnen al die tekeningen en afstanden eigen moet proberen te maken,’ zei ze zachtjes tegen zichzelf. ‘Ik denk namelijk niet dat er een kaart is waarop ergens “Begin tunnel hier” staat. Ik zal de tekeningen echt moeten kunnen lezen.’ De anderhalf uur daarna bestudeerde ze de ene tekening na de andere, net zo lang tot ze begreep hoe ze in elkaar zaten. Toen ze eindelijk snapte wat alle lijntjes en cijfers betekenden, traanden haar ogen van de concentratie. Ze begreep de kaarten nu beter, maar alle getallen en op- en aanmerkingen begonnen zo langzamerhand ook voor haar ogen te dansen. Ze rolde de tekening waar ze al die tijd naar had zitten kijken met tegenzin weer op, bond het lint er weer om en legde de rol terug in de boekenkast. Ze raapte haar aantekeningen bij elkaar en zocht daarna haar weg tussen de kasten door terug naar Uldreds bureau. Ze klom de trap op en kuchte even om zijn aandacht te trekken. Hij keek op. ‘Klaar?’ vroeg hij. Ze schudde haar hoofd. ‘Nee, ik ben nog maar net begonnen. Ik kom morgen terug. Dank u wel voor uw hulp.’ Ze draaide zich om en hij keek haar na. Ze liep monter tussen de rijen kasten door, naar de uitgang. ‘Zo mag ik het horen,’ zei hij zachtjes.