HOOFDSTUK 10 @BRK#Op de terugweg van de boerderij kwamen ze langs het oefenterrein waar de cavalerie bezig was de paarden weer rijklaar te maken. Alle krijgers die met Arnaut en Gilan meegingen kregen de beschikking over twee paarden, zodat ze flinke vorderingen konden maken zonder de paarden onnodig af te matten. Omdat een groot deel van de paarden maandenlang vrij had mogen grazen, moesten ze nu wel weer even wennen aan een zadel en een ruiter op hun rug. De cavaleristen hadden er hun handen vol aan om de paarden weer de discipline van voorheen bij te brengen. ‘Volgens mij zijn ze bijna zover,’ merkte Maddie op. Gilan knikte terwijl hij toekeek hoe de paarden eerst met z’n vieren naast elkaar plaatsnamen, vervolgens één lang lint vormden, van daaruit in formatie begonnen te draven en via een handgalop naar een volle galop gingen. Sommige paarden waren nog altijd een beetje onwillig. Ze probeerden zich van hun teugels te ontdoen en schudden geërgerd met hun hoofden. Maar de meeste dieren gedroegen zich alweer uitstekend. En het was natuurlijk niet de bedoeling dat een paard té onderdanig werd. Een klein beetje temperament moesten de dieren wel in zich houden. ‘Dus jullie vertrekken morgen?’ vroeg Maddie. Ze klonk een beetje weemoedig. Gilan wendde zijn blik van de paarden af en keek Maddie aan. ‘Ja, halverwege de ochtend,’ zei hij. ‘Dan kunnen we vast een flink stuk afleggen voordat we een plek om te overnachten zoeken.’ ‘Jullie hebben zeker niet nog een plekje voor mij over?’ vroeg ze. ‘Ik zou nog best van pas kunnen komen, hoor.’ ‘O, daar twijfel ik geen moment aan, maar nee, je gaat niet mee,’ antwoordde Gilan glimlachend. ‘Ik heb liever niet dat je moeder mijn hoofd op een stok spietst en op de kasteelmuur tentoonstelt. Je bent hier bij haar op bezoek, niet om meteen weer met ons mee te gaan om in het noorden een probleem op te lossen.’ ‘Ik ben hier anders ook voor mijn vader,’ zei ze. Maar echt overtuigend klonk ze niet. Ze begreep wel dat ze haar zin niet ging krijgen. ‘En die zie je ook weer zodra we terug zijn. We zijn hooguit een paar weken weg. Bovendien slaap ik een stuk rustiger als ik weet dat jij hier de zaken in de gaten houdt.’ ‘Dat zeg je alleen maar zodat ik me niet zo rot voel dat ik hier moet blijven, hè?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat zou ik nooit doen. Ik meen het echt. Je begint binnenkort aan je vierde jaar Jagerstraining, dus dan ben je heel goed in staat eventuele problemen hier op te lossen.’ Niet dat hij problemen verwachtte. Araluen was een uitstekend georganiseerd leengoed en er heerste voldoende gezag. Maar er kon zich altijd en overal iets onverwachts voordoen, zoals ook was gebleken uit het incident met de drie struikrovers. ‘Maak je maar geen zorgen. Je zult het hier de komende tijd druk genoeg hebben,’ zei hij. ‘En mocht je je gaan vervelen, dan kun je altijd op zoek gaan naar de oude tunnels onder het kasteel.’ Maddie spitste haar oren. ‘Tunnels? Wat voor tunnels?’ Hij maakte een vaag handgebaar. ‘O, misschien zijn dat alleen maar bakerpraatjes, hoor,’ antwoordde hij. ‘Er wordt gezegd dat er onder het kasteel een heel stelsel van geheime gangen en trappen loopt. Duncans grootvader zou een geheime uitgang onder de slotgracht hebben laten aanleggen. Het schijnt dat hij die gebruikte om stiekem bij zijn vriendin in het dorp op bezoek te gaan. Voordat hij trouwde natuurlijk,’ voegde hij er haastig aan toe. Maddie zei verder niets, maar de rest van de rit naar huis was ze diep in gedachten verzonken. Op zoek gaan naar geheime trappen en tunnels klonk haar als muziek in de oren. Gilan merkte wel dat ze ergens over nadacht en glimlachte. Hij wist heel goed dat het noemen van die geheimen haar fantasie zou prikkelen. Ze was nu eenmaal een Jager, en Jagers hadden altijd belangstelling voor dat soort zaken. @BRK#De eenheid vertrok de volgende ochtend bijtijds, precies zoals Gilan had gezegd. Maddie en Cassandra omhelsden Arnaut en Gilan en zwaaiden de netjes in het gelid lopende ruiters en boogschutters naast het valhek bij de ophaalbrug uit. Elk paar salueerde even bij het passeren van Cassandra, en in antwoord daarop glimlachte ze stralend. Maddie keek toe en besefte hoe populair haar moeder bij de soldaten was – wat natuurlijk het gevolg was van haar verleden als een avontuurlijke krijger. Ze hadden ontzag voor haar moed en haar vechtlust, en ze bewonderden haar tactisch en strategisch inzicht. Ze wisten dat ze hen nooit met onmogelijke opdrachten zou opzadelen. De twee vrouwen keken toe hoe de manschappen in de verte tussen de bomen uit het zicht verdwenen. Even hing er nog een vage mist van stof rond het pad waarop ze waren afgereisd, maar een briesje blies even later ook dit laatste spoor van de vertrokken krijgers weg. ‘Zo, dat was dat,’ zei Cassandra. Ze draaide zich om en liep terug naar de binnenplaats. ‘Jij bent natuurlijk gewend om papa uit te zwaaien als er weer ergens moet worden gevochten,’ zei Maddie terwijl ze naast elkaar over de kasseien liepen. Ze wist dat Arnaut al tientallen keren op deze manier was uitgereden om ergens een opstand te onderdrukken of een bende rovers onschadelijk te maken. Cassandra knikte. ‘Gewend wel, ja. Maar ik ben het nooit leuk gaan vinden.’ ‘Hij kan prima voor zichzelf zorgen,’ stelde Maddie haar gerust. Ze wist dat haar vader de beste ridder van het hele land was. Hij was vanwege zijn krijgskunst bij leven al een legende. ‘Ik weet het,’ antwoordde haar moeder. ‘Maar er kan altijd iets misgaan. Het leertje van zijn stijgbeugel of zijn zadelriem kan altijd op een ongelegen ogenblik kapotgaan. Hij heeft niet alles in de hand, hoor.’ Maddie keek haar bezorgd aan. ‘Nou, bedankt,’ zei ze. ‘Mijn dag is nu al verpest.’ Cassandra glimlachte. Dat ze zo negatief dacht kwam vooral omdat ze wist dat ze Arnaut de komende weken zou gaan missen. Ze hadden een zeer liefdevol huwelijk. En diep vanbinnen wist ze ook wel dat haar man zich prima kon redden, ook als er iets misging met een stijgbeugel of een zadelriem. ‘Het komt allemaal wel goed met hem,’ zei ze geruststellend. ‘Ik vind het gewoon jammer om hem te zien gaan. Maar hij redt zich wel, en anders heeft hij altijd Gilan nog bij zich.’ Cassandra was zich ervan bewust dat ze dingen moest bedenken om haar dochter bezig te houden, omdat die zich in het kasteel anders weleens kon gaan vervelen. ‘Ik heb over een kwartier een afspraak met Maikeru,’ zei ze daarom terloops. ‘Heb je zin om mee te komen?’ ‘O ja, heel graag!’ antwoordde Maddie enthousiast. ‘Papa vertelde dat hij heel bijzonder is en ik heb nog nooit een Nihon-Ja-zwaardvechter in actie gezien.’ Bij Cassandra’s eerste bezoek aan Nihon-Ja was de keizer blij verrast geweest toen bleek dat zowel zij als Alyss, de latere echtgenote van Will, goed met een zwaard overweg konden en beiden een lichtgewichtsabel droegen. Nihon-Ja kende geen traditie van vrouwelijke krijgers en keizer Shigeru had vrijwel meteen besloten dat daar misschien maar eens verandering in moest komen. De keizer was tot de conclusie gekomen dat de Nihon-Ja-manier van zwaardvechten, waarbij snelheid en beweeglijkheid belangrijker waren dan brute kracht, heel geschikt voor vrouwen was. Cassandra en Arnaut hadden van de keizer als huwelijkscadeau een groot landgoed in Nihon-Ja gekregen. Doordat Duncan zo ziek was, waren ze de afgelopen jaren niet meer in staat geweest hun bezittingen in het verre keizerrijk te bezoeken. Omdat ze niet naar Nihon-Ja toe konden en omdat hij heel goed wist hoe dol Cassandra op oosterse vechtkunsten was, had de keizer daarom twee jaar geleden Maikeru naar Araluen afgevaardigd. Maikeru was een kleine, pezige man zonder een grammetje vet aan zijn lijf. Hij had grijs haar en afgaand op zijn uiterlijk moest hij ergens in de zestig zijn. Maar hij bewoog zich lichtvoetig en zonder enige moeite, en de manier waarop hij met zijn zwaard omging was een feest voor het oog. ‘Ik heb twee geschenken van keizer Shigeru voor u,’ had hij gezegd toen hij Cassandra voor het eerst ontmoette. Hij had haar een langwerpig, in wasdoek gewikkeld pakket aangeboden. Ze had het cadeau van hem aangenomen en het doek opengeslagen. Het bevatte een Nihon-Ja-katana, een lang zwaard waar de Senshi-krijgers uit het land van de rijzende zon graag mee streden. De schede van het wapen was van hout, prachtig zwart gelakt en ingelegd met parelmoeren schelpjes. Ze had het zwaard eruit gehaald en gezien dat het blad blauw getint was, met over de hele lengte gekrulde lijnen die aangaven waar de meestersmid de verschillende ijzersoorten aaneen had gesmeed. Slechts een van de beide zijden was geslepen, maar wel scherper dan het scherpste scheermes, en het handvat, dat met beide handen moest worden beetgepakt, was ter bescherming van die handen met een plat, rechthoekig dwarsstuk van het blad gescheiden. Het zwaard was wat korter dan de zwaarden waarmee de Aralueense cavalerie was uitgerust, maar ook een heel stuk lichter. Het blad was bovendien harder dan welk Aralueens zwaard ook. In Araluen waren alleen de saxen van de Jagers zo hard – en het zwaard van Arnaut, maar dat had hij jaren geleden dan ook door een gespecialiseerde Nihon-Ja-smid laten maken. ‘Dit is prachtig,’ had Cassandra gezegd terwijl ze het wapen terug in de schede schoof. Ze keek vragend om zich heen. In het wasdoek had ze geen andere voorwerpen aangetroffen. ‘U zei dat er twee geschenken waren. Mag ik vragen waar het andere is?’ ‘Ik ben het andere geschenk,’ had Maikeru met een klein buiginkje van het hoofd geantwoord. ‘Ik ben zwaardmeester van de vierde dan en mijn keizer Shigeru heeft mij de opdracht meegegeven om u te leren met een katana om te gaan.’ Cassandra had eerst niet goed geweten wat ze daarvan moest denken. ‘Maar het duurt toch jaren voordat iemand goed weet hoe hij met een katana moet omgaan?’ Maikeru had zijn hoofd opnieuw voorzichtig naar voren gebogen. ‘In dat geval zal ik hier jaren blijven. Net zo lang tot u ermee overweg kunt.’ En daarmee was de fantastische zwaardmeester begonnen met zijn lessen aan Cassandra. Hij leerde haar te houwen en te steken, wanneer ze moest aanvallen en wanneer ze zich terug moest trekken, hoe ze een Aralueense krijger met zwaard en schild tegemoet moest treden, en hoe ze met list en snelheid een sterkere vijand kon verslaan. Ze was een goede leerling en Maikeru was heel tevreden over haar toewijding en haar vorderingen. Cassandra en Arnaut hadden hem hartelijk verwelkomd en hetzelfde gold voor Gilan en de overige krijgers op het kasteel, en hij was in hoog tempo tot een gewaardeerd en gerespecteerd lid van het Aralueense hof uitgegroeid. Verschillende oudere dames aan het hof, en met name de weduwes, voelden zich zeer aangetrokken tot zijn statige lichaamshouding, zijn voortreffelijke manieren en zijn formele gedrag. Maikeru had in Nihon-Ja geen gezin achtergelaten. Zijn vrouw was al jaren geleden overleden en ze hadden nooit kinderen gekregen. Hij was altijd volkomen trouw aan keizer Shigeru geweest, maar geleidelijk verplaatste die trouw zich naar de slanke prinses die het eiland bestuurde waar hij nu al twee jaar woonde. Naarmate hij er langer verbleef was hij Araluen steeds meer als zijn thuis gaan beschouwen. Als haar andere verplichtingen het toelieten gaf Maikeru Cassandra dagelijks les in de omgang met de katana, en haar techniek ging dan ook met sprongen vooruit. Hij had gezegd dat ze zich inmiddels staande zou weten te houden tegen iedereen, met uitzondering van de beste zwaardvechters van Nihon-Ja. Vandaag oefende ze tegen Dimon, want Maikeru had besloten dat ze ook moest leren vechten tegen stijlen die heel erg van de hare afweken. Dimon kon heel behoorlijk met een zwaard overweg. Hij was niet zo goed als Arnaut of Gilan, maar hij zou haar goed tegenstand kunnen bieden en als trainingspartner zou hij niet het gevoel hebben dat hij zich moest inhouden. Ze kwamen voorafgaand aan de training bijeen in de wapenzaal, een lange kale ruimte op de eerste verdieping van de burchttoren. In een van de muren zaten grote, hoge ramen die veel daglicht toelieten, waardoor er voor de oefengevechten die er vaak werden gehouden aangenaam veel licht was. Langs de muur ertegenover stonden achter elkaar een paar rijen steeds hogere bankjes, en Maddie vond een plekje op die tribune. Haar moeder trok net haar gewatteerde oefenjack aan en zette haar leren helm op toen Dimon binnenkwam. Hij had vergelijkbare beschermende kleding aan. Hij koos een houten oefenzwaard en -schild uit het rek en liep glimlachend naar Maddie om haar te begroeten. Cassandra droeg ook een houten wapen. Het had de vorm van een katana en ook het gewicht en de balans kwamen met het oosterse zwaard overeen. ‘Leuk om je weer te zien,’ zei hij. Maddie beantwoordde de glimlach. Dimon had sinds de dag van het feest in het park dienst gehad, en daardoor hadden ze elkaar sindsdien op een vlug, afstandelijk hoofdknikje na niet meer gezien. ‘Ja, het is alweer even geleden, hè,’ zei ze. ‘Ik heb morgen de hele dag vrij,’ zei hij. ‘Heb je zin om te gaan jagen?’ ‘Ja, dat lijkt me heerlijk,’ zei ze. Hij lachte nu breeduit. ‘Ik wil je weleens met een echte boog zien schieten,’ zei hij. ‘Ik had je toch al verteld dat ik het liefst een slinger gebruik?’ reageerde ze. Ze keek even bedenkelijk naar het schild aan zijn linkerarm. ‘Over wapens gesproken: is mijn moeder zo niet in het nadeel? Zij heeft geen schild.’ ‘Dan hoeft ze dus ook minder te dragen,’ zei hij. Maar Maddie had Maikeru al geroepen. Hij draaide zich aan de andere kant van de ruimte naar haar toe. ‘Maikeru-san, mijn moeder heeft geen schild. Dan is dit geen eerlijke wedstrijd.’ Ze was bang dat Cassandra gewond zou raken. Ze had gehoord dat Dimon een uitstekende zwaardvechter was en hij leek zo wel erg in het voordeel ten opzichte Cassandra, die alleen een houten oefen-katana had. Maikeru kwam naar haar toe. Zijn dunne slippers fluisterden op de houten vloer, die gekrast en getekend was door de talloze oefenwapens die hier in de loop der jaren hun doel hadden gemist en in plaats daarvan de grond hadden geraakt. Hij bleef op een paar meter van Maddie vandaan staan en boog vriendelijk. ‘Je moeder heeft wel een schild,’ zei hij. ‘Je kunt het alleen niet zien. Het bevindt zich op een halve zwaardlengte vóór haar lijf en het wordt door de bewegingen van haar katana geactiveerd.’ Maddie keek hem niet-begrijpend aan. Dimon, die al vaker met Cassandra had geoefend, glimlachte. ‘Wacht maar, dan zie je het vanzelf,’ zei hij. ‘Als je mijn moeder pijn doet ga ik morgen niet met je jagen,’ waarschuwde ze hem. Dimon schudde even met zijn hoofd, nog altijd glimlachend. ‘Als ik je moeder pijn doe ga ik morgen helemaal nergens naartoe.’ Maikeru gebaarde dat de beide vechters naar het midden van de zaal moesten komen. Ze stonden recht tegenover elkaar en namen hun posities in. Dimon hield zijn schild omhoog en zijn zwaard in een verdedigende houding, schuin erboven. Cassandra stond recht tegenover hem, haar voeten ver uit elkaar en haar katana iets boven haar rechterschouder. Maikeru had een houten stok in zijn hand. Hij bonkte er in een vast ritme telkens weer mee op de grond. En toen riep hij: ‘Beginnen!’